Heidi De Pauw: 'Soms laat je de jongere beter even met rust'

Child Focus is een kritische, maar empathische waakhond

Wie Child Focus zegt, denkt spontaan aan criminele ontvoeringen. Maar deze onafhankelijke organisatie doet veel meer dan dat, vertelt algemeen directeur Heidi De Pauw. “De grote meerderheid van onze zaken zijn weglopers. Een goede samenwerking met jeugdhulp is dan ook cruciaal, want jongeren lopen nooit zomaar weg.”

Zes jaar geleden werd u algemeen directeur van Child Focus. Hoe kwam u hier terecht?

Heidi De Pauw: “Als kind was ik geboeid door televisiereeksen als Chips en Miami Vice, en ik droomde dan ook van een carrière bij de politie. Een vriendin van mijn moeder zei me dat ik dan maar criminologie moest studeren, en ik was overtuigd. In mijn laatste jaar humaniora sloeg de twijfel toch even toe: zou ik niet beter economie studeren? Je moet weten dat mijn ouders zelfstandigen zijn, dus dat zit toch wat in m’n bloed. Maar mijn vader zei me dat ik mijn hart moest volgen, dus dat heb ik gedaan. Al heb ik nadien wel nog een jaar bedrijfskunde gedaan, in avondschool. (glimlacht)

Tijdens mijn studie criminologie raakte ik steeds meer geïnteresseerd in jonge slachtoffers. Ik wilde mijn scriptie graag schrijven over kinderhandel, een fenomeen dat in de jaren 90 opmars maakte, maar dat was toen nog te vaag en anekdotisch. Ik kon het niet wetenschappelijk hardmaken. Dus schreef ik over jonge slachtoffers in het algemeen.”

Wist u toen al dat u daar ook professioneel mee verder wilde?

De Pauw: “Na mijn opleiding kon ik terecht op de preventiedienst van Binnenlandse Zaken. Child Focus bestond nog niet. Maar toen was er ineens de zaak-Dutroux en gingen er stemmen op om zo’n onafhankelijke organisatie op te richten. Ik heb meteen een brief gestuurd naar de eerste minister: dààr wilde ik werken. Maar dat werd niks. Gelukkig lukte het daarna wel, door officieel te solliciteren. Child Focus is op 31 maart 1998 opgericht, en ik mocht in juni beginnen. Als case manager: dossiers van vermiste en seksueel uitgebuite kinderen opvolgen.

Later werd intern een departement studie en preventie opgericht, waarnaar ik ben overgeschakeld. In die periode heb ik een aantal interessante projecten aangestuurd, ook op Europees niveau. Maar nadien kwam ik wat aan het ‘plafond’. Ik wilde graag doorgroeien, maar die mogelijkheden waren er niet. Dus ben ik vertrokken. Eerst kort naar Europa, maar dat was mijn ding niet. En toen kon ik aan de slag als directeur bij Pag-Asa, een organisatie die werkt met slachtoffers van mensenhandel. Dat heb ik zeven jaar gedaan. Tot ze een nieuwe algemeen directeur zochten voor Child Focus, zes jaar geleden. Ik had er altijd van gedroomd om terug te keren, dus ik greep mijn kans.”

Wat trok u zo aan in Child Focus?

De Pauw: “Ik heb een zeer sterk rechtvaardigheidsgevoel. De zaak-Dutroux heeft me destijds enorm aangegrepen. Door de verdwenen kinderen uiteraard, maar ook door alles wat misliep bij politie en justitie. En vooral: de manier waarop de ouders toen werden behandeld. Zij stonden helemaal alleen, wisten niets over het onderzoek, moesten zelf op pad om affiches op te hangen… Gelukkig is er nu veel meer openheid bij justitie en politie. Maar bij minder gemediatiseerde zaken, van weglopers bijvoorbeeld, zie je toch dat ouders zich vaak nog alleen voelen. Er is veel schaamte, en schuldgevoelens. En het onderzoek is ook niet altijd zichtbaar: geen helikopters, geen speurhonden. Bepaalde zaken, zoals ouderontvoeringen, kunnen zeer lang aanslepen. Daarom is het heel belangrijk dat een partij als Child Focus professioneel, maar ook empathisch uitlegt wat er gebeurt, en waarom.”

De zaak-Dutroux heeft me destijds enorm aangegrepen. Door de verdwenen kinderen uiteraard, maar ook door alles wat misliep bij politie en justitie. En vooral: de manier waarop de ouders toen werden behandeld

U was vanaf het begin bij Child Focus betrokken. Is er een grote evolutie?

De Pauw: “Toch wel. Toen Child Focus werd opgericht, waren we niet bepaald gewenst. Bij het grote publiek wel, want we waren nu eenmaal een antwoord van de politiek op de volkswoede. Maar politie, justitie en de sociale diensten zaten niet te wachten op een waakhond. We hebben jaren moeten vechten tegen die weerstand en onze plaats moeten veroveren. Ergens was dat logisch: we werden als een mastodont in het werkveld geplaatst, terwijl sommige diensten liever hadden gezien dat al die middelen naar bestaande organisaties zouden gaan. Daarover kun je blijven discussiëren, maar ik denk toch dat een onafhankelijke organisatie – wij zijn grotendeels afhankelijk van privéfinanciering – heel nodig is.

Toen ik terugkeerde als directeur was er nog altijd veel argwaan, zeker vanuit de sociale sector. We hebben toen een identiteitsoefening gedaan: wat is ons terrein, waar hebben we meerwaarde? Zaken als individueel kindermisbruik en pestgedrag zijn dat dus niet. Daarvoor bestaan andere organisaties.  Maar seksuele uitbuiting is wél onze niche: prostitutie van minderjarigen, kinderporno, kindersekstoerisme… Zo hebben we onze eigen plek veroverd. Al zijn we, als bekendste niet-commerciële merk in België, ook een belangrijk doorgeefluik. Mensen kunnen ons gratis bellen, 24 uur op 24, en dat doen ze ook: over zelfdoding, echtscheidingen, pesten… Dan verwijzen wij door.”

Bij Child Focus denken we meestal spontaan aan ontvoeringen. Maken die een belangrijk deel uit van jullie werk?

De Pauw: “Nee, de meerderheid van onze dossiers zijn weglopers. De echte criminele ontvoeringen (door een onbekende) zijn gelukkig een absolute uitzondering. De afgelopen jaren zijn er jaarlijks één of twee geweest. Meestal kunnen we dat vrij snel inschatten, aan de hand van enkele criteria: neemt de persoon medicijnen, is hij in het gezelschap van iemand die mogelijk gevaarlijk is, is hij jonger dan 13… Het laatste criterium is het meest subjectieve, maar wel het belangrijkste: past deze verdwijning binnen de gewoontes van de persoon in kwestie. Dat is voor een groot deel fingerspitzengefühl. We luisteren goed naar ouders, vrienden, leerkrachten… Al nemen we nooit risico’s: een verdwijning is altijd onrustwekkend tot het tegendeel bewezen is.

Gelukkig is er nu, in tegenstelling tot 20 jaar geleden, zeer veel informatie-uitwisseling. Ook daarin speelt Child Focus een cruciale rol. We hebben een belangrijke brugfunctie. Ouders durven soms niet alles aan de politie te vertellen: dat hun verdwenen kind drugs gebruikt, dat ze ruzie hadden, dat het al eerder wegliep… Ze zijn bang dat het invloed zou hebben op het onderzoek of dat er zelfs helemaal niet meer gezocht zou worden. Maar meestal kunnen wij hen wel overtuigen om die informatie toch te delen. En soms moeten we ouders ook weer op weg helpen naar de juiste hulp: als een kind al talloze keren is weggelopen, ontstaat er soms een soort moeheid. Dan zijn wij het ideale, laagdrempelige kanaal om hen toch nog te helpen.”

U zei dat weglopers in de meerderheid zijn. Wat voor jongeren zijn dat?

De Pauw: “Van de 1.700 dossiers die wij vorig jaar hebben behandeld, waren er 1.100 wegloopdossiers. Het zijn vooral meisjes, tussen de 15 en 16 jaar. Al denk ik dat er een grote ‘dark number’ is. Bij meisjes wordt dit sowieso sneller gemeld dan bij jongens, omdat zij kwetsbaarder zijn. En veel ouders weten niet dat de politie of Child Focus hen kan helpen, wanneer hun kind is weggelopen. Er is bij die kinderen ook veel ‘recidive’: ze lopen regelmatig opnieuw weg. Weglopen is een signaal. Bij meisjes kan het wijzen op slachtofferschap van tienerpooiers. Het is heel moeilijk om hen los te weken van die daders. Maar ook in andere gevallen zie je bij veel jongeren een soort moeheid: ze willen niet terug naar hun voorziening, hun gezin, hun stiefbroers- of zussen met wie ze het niet kunnen vinden, hun school waar ze niet geaccepteerd worden… Daarom is het zo belangrijk om met alle partijen, ook alle partners van de jeugdhulp, rond de tafel te zitten en een duurzame oplossing te vinden.

Al denk ik dat we jongeren soms ook gewoon wat tijd moeten geven. Dat ligt soms moeilijk: als we weten waar de wegloper zit, in een kraakpand bijvoorbeeld, zijn we geneigd om hem daar zo snel mogelijk weg te halen. Maar soms is het beter om de jongere even met rust te laten en tijd te geven om dat dunne koordje, dat hem met zijn omgeving verbindt, te herstellen. Daarvoor zijn de inloophuizen van Rodeneuzendag bijvoorbeeld een zeer goed initiatief. Daar kunnen ze bewust kiezen voor een time-out.”

Ouders durven soms niet alles aan de politie te vertellen: dat hun verdwenen kind drugs gebruikt, dat ze ruzie hadden, dat het al eerder wegliep… Meestal kunnen wij hen wel overtuigen om die informatie toch te delen

Zijn de weglopers meestal jongeren uit voorzieningen?

De Pauw: “De zaken die wij behandelen wel. Maar nogmaals: vaak worden weglopingen niet gemeld. Misschien melden voorzieningen dat sneller dan ouders.”

Als we weten waar de wegloper zit, in een kraakpand bijvoorbeeld, zijn we geneigd om hem daar zo snel mogelijk weg te halen. Maar soms is het beter om de jongere even met rust te laten

Hoe groot is het probleem van tienerpooiers eigenlijk?

De Pauw: “Twee jaar geleden heeft minister Vandeurzen ons gevraagd om daar actie rond te voeren, en toen hebben we het fenomeen onderzocht. We kwamen toch al snel aan 60 geregistreerde gevallen. Toen zijn we ook afgestapt van het woord loverboy: dat was veel te romantiserend. Dit is puur pooierschap. Soms zijn die meisjes niet eens verliefd, ze raken gewoon verslaafd aan de aandacht.

Vanuit Child Focus pleiten wij voor aangepaste opvang en begeleiding van de slachtoffers. De technieken die tienerpooiers gebruiken, zijn zeer specifiek. Het is een soort brainwashing, vergelijkbaar met radicalisering. Eerst worden die meisjes losgeweekt van hun familie en vrienden, daarna geïsoleerd en ten slotte slaan die gasten toe. Dat is een heel langzaam proces, maar de meisjes raken echt verstrikt in dat web, ze geloven dat hun pooier de enige is die nog aandacht heeft voor hen. Om hen te helpen, moet strikt worden gebroken met de pooier en moet vooral aan hun zelfbeeld worden gewerkt. Daarvoor zijn zogenaamde ‘ontvreemdingsprojecten’ een goede zaak: dan worden de slachtoffers drie maanden begeleid in het buitenland. Als je hen gewoon laat terugkeren naar huis of hun voorziening, dan hebben ze binnen de kortse keren weer zin in dat leven van actie, spanning, uitgaan, diefstallen, drugs. Voor kwetsbare meisjes kan dat zeer aanlokkelijk zijn.”

Iets heel anders: hoe blikt u terug op de verdwijning van de 9-jarige niet-begeleide minderjarige bij Dienst Vreemdelingenzaken, die niet werd gemeld?

De Pauw: “Mijn mening daarover is niet veranderd, ondanks de hele framing daarrond. Dat hij ouder zou zijn dan negen, een agressief diefje, enzovoort. Ik zal niet ontkennen dat niet-begeleide minderjarigen een moeilijke groep zijn om op te volgen. Er zijn nu eenmaal geen ouders, er is weinig zekerheid over hun identiteit… Maar dat is geen reden om geen onderzoek te doen. Je kunt zo’n kwetsbaar kind – of het nu 9 is of 12 – ook niet zomaar droppen bij DVZ. Dat weet niet waar het is, is doodsbang om vingerafdrukken te geven. Maar als je hen goed begeleidt, willen die kinderen graag de procedure volgen en hier blijven. Het bewijs is er: die jongen zit nog altijd in het opvanghuis waar hij geplaatst is en is totaal niet agressief.

Hetzelfde probleem stelt zich nu in het Maximiliaanpark. Daar zijn ook veel minderjarigen en de weinige jonge vrouwen zijn meestal zwanger. Elke ochtend worden zij uit dat park gejaagd. Daar kan ik enorm boos van worden. Ik besef dat transmigratie ie een probleem is. Maar het is niet omdat wij onder druk staan, dat we de rechten van minderjarigen zomaar mogen negeren.”

In uw werk ziet u veel ellende: wat blijft u drijven?

De Pauw: “Mijn drive is nog altijd dezelfde als 20 jaar geleden: strijden tegen onrecht en ervoor zorgen dat slachtoffers en betrokkenen een goede omkadering krijgen. Persoonlijk kan ik de knop vrij goed omdraaien: door te sporten bijvoorbeeld, of door een terrasje te doen met een vriend of vriendin. Maar voor de dossierbeheerders is het nog veel moeilijker, dat weet ik van vroeger. Daarom hebben we een heel welzijnsplan voor onze medewerkers. Zeker de mensen die beelden van seksuele uitbuiting moeten analyseren, worden zeer goed omkaderd. Zij moeten nadien telkens naar onze zen-room om Tetris of Candy Crush te spelen: het is wetenschappelijk bewezen dat die beelden zich dan niet kunnen nestelen in het geheugen. En ze moeten ook bij een psycholoog langsgaan.

Maar gelukkig is de sfeer bij Child Focus zeer goed, er wordt veel gelachen. En de meeste zaken lopen ook goed af, wat ons natuurlijk erg veel voldoening geeft.”

www.childfocus.be

Meer weten over het actieplan aanpak tienerpooiers? Lees het in het persbericht van 25 januari 2016.


Ontdek meer interviews in het overzicht
Heidi De Pauw

Samen kansen creëren; dat is het verhaal van de jeugdhulp in Vlaanderen. We geven kinderen,  jongeren en gezinnen een duwtje in de rug, zodat ze snel zelf verder kunnen. Ofwel bieden we, indien nodig, langdurige ondersteuning aan; op maat en met respect voor de keuzes van jongeren en hun ouders. We versterken op een positieve manier hun eigen krachten. Zo kan iedereen bij de start van zijn of haar leven volwaardig deelnemen, waarbij de samenleving er zelf ook op vooruit gaat.

Jongeren en hun ouders kunnen rechtstreeks aankloppen bij tal van diensten voor begeleiding en advies. Wie nood heeft aan meer intensieve ondersteuning, kan aangemeld worden bij de toegangspoort die de geschikte hulp toewijst. Loopt de hulp vast of wordt deze niet aanvaard? Dan kan een gemandateerde voorziening (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg of Vertrouwenscentrum Kindermishandeling) de hulpverlening mee opvolgen of nieuwe hulp opstarten. Bij een onverwachte crisis staat een netwerk van diensten klaar. Als de hulpverlening moeilijk verloopt, kunnen overleg en bemiddeling een uitweg bieden.

De Vlaamse jeugdhulp verbindt delen van 6 administraties uit het welzijns- en onderwijslandschap, en geeft ruimte aan tal van partners binnen een breed netwerk van professionals. Jongeren en hun ouders maken structureel deel uit van het beleid. Jeugdhulp bereikt elk jaar een paar honderdduizend kinderen en jongeren in Vlaanderen. Meer info: www.jongerenwelzijn.be, www.vaph.be, www.kindengezin.be, www.departementwvg.be, www.zorgengezondheid.be, onderwijs en vorming.

Deze tekst wordt vervangen.