Veelgestelde vragen

Binc

Het scherm ‘contextgegevens’ is een onderdeel van de bredere toepassing Domino. Iedereen die in Domino/Binc werkt, kan deze gegevens actualiseren. Dit is voor Binc geen must (want vormt geen onderdeel van het Binc-dossier en heeft daar dus geen impact op), maar je mag dit wel doen.

Let wel op dat je geen gegevens wist die voor jou misschien niet relevant zijn, maar wel voor een andere gebruiker!

Wil je een overzicht van de dossiers waar nog geen beslissing is geregistreerd? Of waarvan de einddatum is verstreken?

Door te klikken op 'Beslis. > tot' worden alle dossiers gerangschikt op basis van einddatum van de laatste beslissing. De dossiers zonder beslissing komen bovenaan te staan en vervolgens in chronologische volgorde. Zo heb je een handig overzicht van de dossiers waar iets moet worden bijgewerkt.

Uiteraard kan je ook sorteren op andere kolommen voor een andere weergave.

Iedereen die gekend is binnen e-Health als 'Aanmelder binnen een voorziening' voor INSISTO heeft automatisch toegang tot Binc.

Wil je nieuwe personeelsleden toevoegen, dan kan dit volgens de instructies. Het aanmelden ziet er intussen wel anders uit. Hieronder staat een samenvatting:

  1. Ga naar www.socialsecurity.be
  2. Kies 'Onderneming'
  3. Scroll naar onder tot ‘Accountbeheer van mijn onderneming’ en klik op 'Toegangsbeheer'
  4. Meld je aan met e-ID of Itsme (als er een keuze moet worden gemaakt, kies je voor 'werkgever en RSZ')

Zorg er vooral voor dat je werkt onder de juiste hoedanigheid (Jeugdhulp) en onder de juiste subafdeling. In het kadertje rechts kan je klikken op de link 'Gebruikers - subafdelingen' voor een overzicht.

Modules contextbegeleiding (i.f.v. autonoom wonen)

Er zijn verschillende typemodules contextbegeleiding waarvoor dezelfde afspraken rond het registreren van benutting gelden:

  • contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering
  • contextbegeleiding laagintensief
  • contextbegeleiding breedsporig
  • contextbegeleiding kortdurend intensief
  • Delictgerichte contextbegeleiding
  • contextbegeleiding in functie van autonoom wonen
  • begeleiding in een kleinschalige wooneenheid
  • contextbegeleiding voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren)
  • contextbegeleiding in functie van crisis (crisishulp aan huis)
  • crisisbegeleiding (op verwijzing van crisismeldpunt)
  • crisisinterventie (op verwijzing van crisismeldpunt)

Kortdurende handelingsgerichte diagnostiek, behandeling met geïntegreerde diagnostiek en Begeleiding voor pleeggezinnen moeten niet op deze manier worden geregistreerd.

Welke contextcontacten registreren in Binc?

We omschrijven contextcontacten als ‘alle aan hulpverleningsdoelstellingen gekoppelde begeleidingscontacten met de jongere en zijn ruime context’.

Voor de registratie in Binc is er geen onderscheid meer tussen de minimaal te registreren contacten en de optioneel te registreren contacten. Beide kunnen worden geregistreerd als ze voldoen aan volgende uitgangspunten:

  • De contextcontacten zijn gekoppeld aan hulpverleningsdoelstellingen van de jongere.
  • Er is een neerslag terug te vinden van het contact in het individuele dossier van de jongere.
  • In deze contacten zitten zowel de individuele begeleidingscontacten met de jongere en met de opvoedingsverantwoordelijken, als contacten met de ruimere context. Dat zijn o.a. belangrijke personen in het netwerk van de jongere of zijn opvoedingsverantwoordelijken: afhankelijk van de hulpverleningsdoelstellingen kan dit sterk variëren. Enkele voorbeelden: een goede vriend, lief, de buren, een leerkracht, een trainer, contactpersonen uit vrijetijdsbesteding …   Contacten met ander professioneel hulpverleningsaanbod (CLB, GGZ, OCMW, VDAB …) worden hier niet onder gevat.
  • De contacten kunnen zowel face to face, telefonisch als met behulp van nieuwe media worden gevoerd.
  • Contextbegeleiding kan zowel mobiel (in de context) als ambulant (in de organisatie).
  • Eén gesprek rond twee of meerdere broers/zussen wordt geteld als één contact.

Vanaf wanneer, tot wanneer

  • Registreren opstartdag: de opstartdag is de eerste effectieve begeleidingsdag van het kind of de jongere. Deze datum wordt tijdens een intake vastgelegd in samenspraak met de minderjarige.
  • Registreren tot laatste begeleidingsdag. Ook deze datum wordt in samenspraak met de minderjarige vastgelegd.
  • Kennismakingsgesprekken en gesprekken in nazorg: deze belangrijke contextcontacten worden niet geregistreerd in Binc maar kunnen wel passen in organisatiespecifieke registraties, met het oog op het eigen beleid en ter ondersteuning van de kwalitatieve profilering van een organisatie.

Eenheid van registreren

De begeleidingscontacten van de verschillende typemodules contextbegeleiding (in functie van autonoom wonen) worden geregistreerd in uren. De kleinste registratiemogelijkheid is een kwartier, en wordt in Binc ingegeven als 0,25.  Een half uur is 0,5.

Modules verblijf

Er zijn verschillende typemodules die de functie verblijf hebben. Op het vlak van registreren van benutting gelden dezelfde richtlijnen voor de volgende typemodules:

  • verblijf voor minderjarigen
  • kortdurend crisisverblijf
  • kamertraining
  • verblijf in functie van diagnostiek
  • verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren)
  • beveiligend verblijf
  • verblijf in pleeggezin (ondersteunend, korte duur of lage frequentie)
  • verblijf i.f.v. behandeling met geïntegreerde diagnostiek (tot 5 dagen per week en tot 7 dagen per week)
  • verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek

Met de registratie van de module verblijf willen we in de eerste plaats zicht krijgen op het aantal nachten dat jongeren in een organisatie aanwezig zijn. De afbakening is dan ook erg statisch: indien een jongere in de organisatie zelf de nacht doorbrengt, of op een activiteit/kamp met overnachting begeleid door de organisatie zelf, dan wordt deze nacht geteld.

Wanneer de jongere wel nog een beslissing tot verblijf heeft, maar feitelijk in de context overnacht, gehospitaliseerd is, via vrijetijdsbesteding op kamp is, weggelopen is … dan worden deze nachten niet geregistreerd in Binc.

Module dagbegeleiding in groep (RTJ)

De module dagbegeleiding in groep wordt geregistreerd in ‘dagen’. Dit betekent dat zowel een avond in de week, een woensdagnamiddag als een vakantiedag geteld kan worden als 1 dag.

Net zoals bij de typemodules contextbegeleiding kan de benutting van deze module geregistreerd worden vanaf de opstartdag tot de laatste dag van de dagbegeleiding.

Module ondersteunende begeleiding

De module ondersteunende begeleiding wordt geregistreerd in dagdelen. Een halve dag is 0,5 in Binc. Een volledige dag is 1.

De toegangspoort zal in haar beslissing meestal enkel de NRTJ-module(s) vermelden (bv. verblijf hoge frequentie). Dat wil niet zeggen dat je geen RTJ-modules kan inzetten (in dit voorbeeld móet je bv. contextbegeleiding aanbieden).

In dergelijke gevallen registreer je de jeugdhulpbeslissing zoals je die van de toegangspoort krijgt (met de NRTJ-modules), maar geef je in de schakeling weer dat er ook RTJ-modules worden ingezet. Je moet dus geen tweede beslissing aanmaken voor de RTJ-modules.

Ook voor opnames via de crisismeldpunten moet een Binc-dossier worden aangemaakt. Op de fiche 'Aanmelding' duid je aan dat het gaat om ‘RTJ’. Bij ‘Aanmelder’ duid je het crisismeldpunt aan.

Schematisch (voor de organisatie waar de jongere verblijft tijdens de crisis):

  • Via crisismeldpunt? ja
  • Impact op kinderbijslag? nee
  • Toegangspoort betrekken? nee
  • In dossiers met jeugdrechter? Er wordt een nieuwe maatregel genomen
  • Zakgeld geven? ja
  • Binc
    • Nieuw dossier aanmaken? ja
    • Aanmelder: crisismeldpunt
    • Begin- en eindregistratie? nee
    • Nieuwe beslissing aanmaken? ja
      • Welke typemodule? Crisisverblijf (op verwijzing crisismeldpunt)
    • Nieuwe schakeling aanmaken? ja
      • Welke typemodule? Crisisverblijf (op verwijzing crisismeldpunt)
      • Verzekerd aanbod? Indien dossier valt onder art. 74, dan moet dit in elke schakeling worden aangevinkt *
    • Benutting verblijf registreren? ja
    • Benutting contextbegeleiding registreren?  Contextcontacten (cf. invulling van 4de B, uit referentiekader) kunnen aangevuld worden bij organisatietotaal, bij typemodule contextbegeleiding.

Raadpleeg de checklist crisis en time-out voor alle details.

In het geval van time-out, blijft het Binc-dossier in de 'zendende' voorziening gewoon lopen. Je hoeft dus geen nieuwe schakeling te maken. Het feit dat de jongere een tijdje niet in de voorziening verbleef, zal te zien zijn in de benuttingscijfers (de overnachtingen tijdens de time out worden niet geregistreerd door de ‘zendende’ voorziening).

De 'ontvangende' organisatie zal ook een Binc-dossier moeten aanmaken. Door in het formulier ‘Aanmelding’ het vakje ‘Time Out’ aan te vinken, wordt begin- en eindregistratie echter niet meer verplicht. Het volstaat dus om één beslissing en één schakeling aan te maken.

Kortdurend crisisverblijf wordt meestal georganiseerd binnen de organisatie en wordt dus geregistreerd in Binc als een schakeling. Sommige voorzieningen die niet over modules verblijf beschikken, werken samen met andere voorzieningen voor dit crisisverblijf (dit is steeds vastgelegd in een convenant met Opgroeien). In die gevallen wordt dezelfde werkwijze als bij time-out gevolgd.

Als een begeleiding stopt, moet je eerst en vooral de einddatum ingeven in de laatste schakeling. De beslissing hoeft niet aangepast te worden. Vervolgens vul je alle verplichte parameters bij begin- en eindregistratie in, en kan je het dossier afsluiten (met de knop 'afsluiten dossier').

Het dossier verhuist nu naar ‘afgesloten dossiers’ in het overzicht. Het kan nog steeds gewijzigd worden, maar je kan geen beslissingen of schakelingen meer toevoegen.

In principe heeft elke minderjarige een rijksregisternummer of een BIS-nummer.

Wanneer een minderjarige zonder rijksregisternummer via de toegangspoort wordt aangemeld, heeft deze al een BIS-nummer. Wanneer een minderjarige zonder rijksregisternummer rechtstreeks wordt aangemeld in de organisatie, moet nog een BIS-nummer worden aangevraagd bij de Kruispuntbank Sociale Zekerheid.

Openstaande dossier kunnen worden verwijderd. Daarvoor moet je wel eerst alle schakelingen en beslissingen verwijderen. Vervolgens klik je op het rode kruisje naast de 'dossier status balk'.

Aangezien een afgesloten dossier steeds minstens een schakeling moet bevatten, kan je deze dossiers niet verwijderen.

Nee. Een beslissing wordt in Binc eigenlijk nooit aangepast (tenzij je iets fout hebt geregistreerd).

Bij een vroegtijdige stopzetting van de begeleiding volstaat het dus om de reële einddatum in te vullen in de laatste schakeling.

Ja. Wanneer een jongere wordt opgenomen in de voorziening op verwijzing van het crisismeldpunt voor crisisopvang en/of crisisbegeleiding, is begin- en eindregistratie in dat dossier optioneel.

Wanneer deze jongere vervolgens overgaat naar een reguliere begeleiding in dezelfde voorziening, is het belangrijk de gegevens van begin- en eindregistratie te hebben. Daarom is het noodzakelijk om in die gevallen het eerste dossier bestaande uit het crisisaanbod af te sluiten in Binc, en een nieuw dossier op te starten voor de reguliere hulpverlening. Dit zorgt ook voor de correcte informatie over de aanmeldingen.

Broers en zussen van jongeren die reeds een traject met dagbegeleiding lopen, kunnen ook gebruik maken van dit aanbod.

De manier waarop dit geregistreerd kan worden, is echter verschillend naargelang de insteek. De bezetting van dagbegeleiding in groep wordt niet op basis van de benutting berekend, maar op basis van periode van schakelingen. Met onder meer als gevolg dat een jongere niet enkel voor de module ‘dagbegeleiding in groep’ in Binc kan worden geregistreerd. Er moet telkens een koppeling zijn met een module contextbegeleiding.

Dit wil zeggen dat broers of zussen, of jongeren vanuit een andere afdeling, die enkel voor het luik ‘dagbegeleiding in groep’ willen aansluiten, niet in Binc kunnen worden opgenomen voor deze module, en dat hun benutting dus ook niet kan worden geregistreerd in Binc.

Het blijft wel mogelijk om deze jongeren toch te betrekken in het aanbod. Om op deze manier te kunnen blijven inzetten op een inhoudelijke dynamisering en profilering van het aanbod dagbegeleiding in groep, koppelen we de registratie van deze benutting aan het jaarlijks kwaliteits-verslag. Je kan de benutting van dit aanbod voor broers/zussen of jongeren vanuit een andere afdeling dus zelf binnen je organisatie bijhouden, en opnemen en duiden in jouw jaarlijks kwaliteitsverslag.

Je duidt dit vinkje in de schakeling aan wanneer het Groeipakket voor deze jongere niet geregeld wordt binnen de eigen voorziening. Bijvoorbeeld wanneer voor een jongere de module ‘Verblijf (lage frequentie)’ wordt ingezet in je voorziening en de jongere verblijft grotendeels in een VAPH-voorziening. Dan wordt het Groeipakket daar geregeld en duid je dus het vinkje aan.

Je duidt het vinkje NIET aan wanneer een jongere bijvoorbeeld gedeeltelijk in de psychiatrie verblijft en je als voorziening de kosten hiervan draagt (al dan niet met een aanvraagdossier voor bijzondere kosten). In deze situatie wordt het Groeipakket wel geregeld via Binc.

Met andere woorden, door het aanvinken van het vakje 'Zwaartepunt verblijf ligt in een andere sector' geef je aan dat de gegevens van de schakeling niet moeten doorstromen naar de uitbetaler van het Groeipakket. Let dus goed op wanneer je dit aanduidt.

Deze parameter dateert van bij de start van Binc 2.0 en mag in de meeste dossiers op ‘Nee’ blijven staan (standaardwaarde). In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld in het geval van een fusie tussen twee organisaties, of het overnemen van een erkenning door Opgroeien vanuit een ander agentschap (vb OBC, GES+), kan deze parameter nog worden ingevuld. Dossiers kunnen immers niet worden overgezet. Bij het opnieuw aanmaken van een dossier in de fusieorganisatie, begin je dus opnieuw met de lopende beslissing en schakeling op het moment van de fusie, maar vul je de oorspronkelijke startdatum in het veld ‘Startdatum lopend dossier’ in.

Wanneer de begindatum van de lopende beslissing gelijk is aan de startdatum van het huidige dossier, dan hoef je de startdatum niet in te vullen!

Ieder dossier kent één of meerdere jeugdhulpbeslissingen (JHB). Een jeugdhulpbeslissing is een beslissing tot jeugdhulp in de organisatie, met vermelding van de modules die effectief ingezet kunnen worden, met een begin- en einddatum. Dit is dus niet hetzelfde als de indicatiestelling. De jeugdhulpbeslissing is afkomstig van de toegangspoort (jeugdhulpregie), of van de voorziening zelf bij een uitsluitend rechtstreeks toegankelijk hulpaanbod.

Een Binc-dossier kan één of meerdere jeugdhulpbeslissingen bevatten. Er is ook combinatie van RTJ- en NRTJ-beslissingen op verschillende tijdstippen mogelijk. Er bestaat geen validatie tussen de verschillende jeugdhulpbeslissingen. Dit betekent dat jeugdhulpbeslissingen elkaar bijvoorbeeld kunnen overlappen in tijd.

Iedere JHB kent een begin- en einddatum. In principe worden deze data niet aangepast na het ingeven van de jeugdhulpbeslissing. Als de modulaire aanbeveling verandert, wordt een nieuwe beslissing ingevoerd.

Een schakeling in Binc is de registratie van het effectief gerealiseerde hulpaanbod. Elke wijziging in de effectief ingezette modules stelt een nieuwe schakeling voor. Een schakeling valt steeds onder een jeugdhulpbeslissing. Er zijn meerdere opeenvolgende schakelingen mogelijk per jeugdhulpbeslissing.

Een schakeling wordt door de hulpaanbieder manueel geregistreerd en heeft een begin- en einddatum, met één of meerdere goedgekeurde RTJ- en/of NRTJ-modules die actief zijn in de moduledatabank voor de organisatie.

In sommige gevallen zal er slechts 1 ‘schakeling’ volgen onder een jeugdhulpbeslissing en valt het effectief gerealiseerde hulpaanbod helemaal samen met de modulaire aanbeveling uit de jeugdhulpbeslissing (bv. bij crisishulp aan huis).

We omschrijven contextcontacten als ‘alle aan hulpverleningsdoelstellingen gekoppelde begeleidingscontacten met de jongere en zijn ruime context’.

Voor de registratie in Binc is er geen onderscheid meer tussen de minimaal te registreren contacten en de optioneel te registreren contacten. Deze kunnen beiden geregistreerd worden indien ze voldoen aan volgende uitgangspunten:

  • De contextcontacten zijn gekoppeld aan hulpverleningsdoelstellingen van de jongere.
  • Er is een neerslag terug te vinden van het contact in het individuele dossier van de jongere.
  • In deze contacten zitten zowel de individuele begeleidingscontacten met de jongere en met de opvoedingsverantwoordelijken, als contacten met de ruimere context. Dat zijn o.a. belangrijke personen in het netwerk van de jongere of zijn opvoedingsverantwoordelijken: afhankelijk van de hulpverleningsdoelstellingen kan dit sterk variëren. Enkele voorbeelden: een goede vriend, lief, de buren, een leerkracht, een trainer, contactpersonen uit vrijetijdsbesteding …   Contacten met ander professioneel hulpverleningsaanbod (CLB, GGZ, OCMW, VDAB …) worden hier niet onder gevat.
  • De contacten kunnen zowel face to face, telefonisch als met behulp van nieuwe media worden gevoerd.
  • Contextbegeleiding kan zowel mobiel (in de context) als ambulant (in de organisatie).
  • Eén gesprek rond twee of meerdere broers/zussen wordt geteld als één contact.

Vanaf wanneer, tot wanneer

  • Registreren opstartdag: de opstartdag is de eerste effectieve begeleidingsdag van het kind of de jongere. Deze datum wordt tijdens een intake vastgelegd in samenspraak met de minderjarige.
  • Registreren tot laatste begeleidingsdag. Ook deze datum wordt in samenspraak met de minderjarige vastgelegd.
  • Kennismakingsgesprekken en gesprekken in nazorg: deze belangrijke contextcontacten worden niet geregistreerd in Binc, maar kunnen wel passen in organisatiespecifieke registraties met het oog op het eigen beleid en ter ondersteuning van de kwalitatieve profilering van een organisatie.

Eenheid van registreren

De begeleidingscontacten van de verschillende typemodules contextbegeleiding (in functie van autonoom wonen) worden geregistreerd in uren. De kleinste registratiemogelijkheid is een kwartier, en wordt in Binc ingegeven als 0,25.  Een half uur is 0,5.

De modules met impact op het Groeipakket zijn:

  • kamertraining
  • verblijf voor minderjarigen, lage en hoge frequentie
  • beveiligend verblijf
  • verblijf in functie van diagnostiek
  • contextbegeleiding in functie van autonoom wonen
  • begeleiding in een kleinschalige wooneenheid
  • verblijf in een pleeggezin (perspectiefzoekend)
  • verblijf in een pleeggezin (perspectiefbiedend – hoge en lage frequentie)
  • verblijf i.f.v. behandeling met geïntegreerde diagnostiek, tot 5 dagen per week
  • verblijf i.f.v. behandeling met geïntegreerde diagnostiek, tot 7 dagen per week
  • verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek

Opmerking: Voor de typemodules contextbegeleiding in functie van autonoom wonen en begeleiding in een kleinschalige wooneenheid is er slechts een effect op het Groeipakket tot de leeftijd van 18 jaar.

Elke nacht worden alle schakelingen waar deze modules zijn aan- of afgevinkt, verwerkt en bezorgd aan de uitbetaler van het Groeipakket.