Plaatsing

Jongeren die in De Grubbe geplaatst worden – Everbergjongeren, volgens de wet van 2002 – moeten voldoen aan vier cumulatieve voorwaarden:

  • tussen 14 en 20 jaar oud zijn (op het ogenblik van het delict);
  • een ernstig delict gepleegd hebben (of hiervan worden verdacht);
  • er zijn dringende, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden m.b.t. de bescherming van de openbare veiligheid;
  • er is geen geschikte plaats in een andere gemeenschapsinstelling.

Binnen de vijf dagen na plaatsing in De Grubbe, verschijnt de jongere opnieuw voor de jeugdrechter. Deze kan het verblijf met een maand verlengen. In die periode wordt een verslag opgemaakt. Daarin formuleert het multidisciplinair team een advies over de verdere begeleiding voor de jongere. De jeugdrechter kan de maatregel dan nog eens met maximum 1 maand verlengen. Een jongere kan dus voor een termijn van maximum 2 maanden en 5 dagen worden geplaatst in De Grubbe. De jeugdrechter is niet verplicht om het advies van het multidisciplinair team te volgen en kan anders beslissen.

Wat staat in het verslag?

  • de observaties van het gedrag van de jongere (in de leefgroep bij de opvoeders, in de lessen bij de leerkrachten);
  • een neerslag van de gesprekken met de jongere om hem beter te leren kennen (de contextwerker en trajectcoördinator gaan hiervoor bij de jongere langs);
  • informatie van andere mensen die de jongere kennen en voor hem belangrijk zijn (ouders en/of andere familieleden, de school, de consulent, andere betrokken hulpverleners …);
  • een beoordeling van het risico op recidive en een omschrijving van de belangrijke levensdoelen die de jongere voor zichzelf nastreeft.